Het verhaal bij “I heard the bells on Christmas day”

“I heard the Christmas Bells” is een kerstlied, gebaseerd op het gedicht “Christmas Bells” uit 1863 van de Amerikaanse dichter Henry Wadsworth Longfellow.
Het vertelt over de wanhoop van de verteller bij het horen van kerstklokken; haat heerst en is zo sterk dat het het lied van “vrede op aarde en in de mensen een welbehagen”, bespot.
Het gedicht sluit af met de hoop dat de kerstklokken hernieuwde vrede onder de mensen zal brengen.

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, trad de oudste zoon van Longfellow, Charles Appleton Longfellow, als soldaat in het leger, zonder de zegen van zijn vader.
In een brief van 14 maart 1863, werd Longfellow geïnformeerd, dat Charles was vertrokken.
“Ik heb lang geprobeerd om de verleiding, te gaan zonder uw toestemming, te weerstaan, maar ik kan niet langer wachten”, schreef hij. “ Het voelt als mijn plicht om te doen wat ik kan voor mijn land, ik zou zelfs mijn leven geven als dat nodig zou zijn”.
Charles werd al snel gepromoveerd tot luitenant en in november van dat jaar, werd hij zwaar gewond tijdens de Slag van New Hope.
In combinatie met het recente verlies van zijn vrouw tijdens een brand, werd Longfellow geïnspireerd om “The Christmas Bells” te schrijven.

Pas in 1872 werd het gedicht op muziek gezet.

De Engelse organist, John Baptiste Calkin, gebruikte een oude melodie uit 1848. De versie van Calkin was lang de standaard versie. Onder anderen Elvis Presley, Steven Curtis, Johnny Cash en Jimmy Rodger hebben het lied opgenomen in deze versie.
In 2011 zette de Britste pianist/componist, Jack Gibbons, als geassocieerde kunstenaar bij het “Davis & Elkin College” het op nieuwe muziek.
De eerste uitvoering daarvan was op 4 december 2011 door het Davis & Elkins College Choir.

Eet nooit meer een appel

                      Eet nooit meer appels!

Adam leefde lang geleden, eenzaam in de tuin van Eden,
met de zegen van de Heer, wat verlangt een mens nog meer.
Hij liep lekker in z’n blootje, baadde zon en baadde pootje,
in het water van de beek, zeven dagen van de week
Adam leefde zonder zorgen, totdat hij op een zekere morgen
plotseling ontdekte dat ieder dier een vrouwtje had!
Hij zei: “Heer, ik wil niet klagen, maar ik zou u willen vragen,
onderdanig en beleefd, of u voor mij een vrouwtje heeft.”
“Goed”, zei God, “ik zal mijn best doen, maar dan moet jij de rest doen.
Ik zal zorgen voor een vrouw die haar leven deelt met jou”
Adam liep van pret te zingen, hij kocht twee verlovingsringen.
“Prijs de Heer, ik krijg een wijf, al kost ’t me een rib uit ’t  lijf.”
En toen Adam lag te slapen, heeft de Heer de vrouw geschapen,
’t Was een droom van elke man, alles d’r op en alles d’r aan.
En ze leefden heel tevreden, samen in de tuin van Eden.
Tot daar op een zekere dag, Eva de boom met appels zag.
Eva dacht “Wat kan het schaden, aan zo’n boom zo vol geladen,
ofschoon de Heer het mij verbiedt, mist men een, twee appels niet.”
Eva brandde van verlangen, toen zij al dat fruit zag hangen,
ze nam een hap terwijl ze zei: “An Apple a day, keeps the doctor away”
Toen was ’t gedaan het mooie leven. Het paradijs werd opgeheven.
Door een appel, zo ik weet, werken wij ons nu in ’t zweet.
Door het eten van die appel, werken wij ons nu te sappel.
Het is daarom dat ik beweer: “Snoep  verstandig , eet een peer!”
(met de groeten van de Heer).

                            Auteur onbekend, aangeleverd door Mieke Hoogenbosch