Eet nooit meer een appel

                      Eet nooit meer appels!

Adam leefde lang geleden, eenzaam in de tuin van Eden,
met de zegen van de Heer, wat verlangt een mens nog meer.
Hij liep lekker in z’n blootje, baadde zon en baadde pootje,
in het water van de beek, zeven dagen van de week
Adam leefde zonder zorgen, totdat hij op een zekere morgen
plotseling ontdekte dat ieder dier een vrouwtje had!
Hij zei: “Heer, ik wil niet klagen, maar ik zou u willen vragen,
onderdanig en beleefd, of u voor mij een vrouwtje heeft.”
“Goed”, zei God, “ik zal mijn best doen, maar dan moet jij de rest doen.
Ik zal zorgen voor een vrouw die haar leven deelt met jou”
Adam liep van pret te zingen, hij kocht twee verlovingsringen.
“Prijs de Heer, ik krijg een wijf, al kost ’t me een rib uit ’t  lijf.”
En toen Adam lag te slapen, heeft de Heer de vrouw geschapen,
’t Was een droom van elke man, alles d’r op en alles d’r aan.
En ze leefden heel tevreden, samen in de tuin van Eden.
Tot daar op een zekere dag, Eva de boom met appels zag.
Eva dacht “Wat kan het schaden, aan zo’n boom zo vol geladen,
ofschoon de Heer het mij verbiedt, mist men een, twee appels niet.”
Eva brandde van verlangen, toen zij al dat fruit zag hangen,
ze nam een hap terwijl ze zei: “An Apple a day, keeps the doctor away”
Toen was ’t gedaan het mooie leven. Het paradijs werd opgeheven.
Door een appel, zo ik weet, werken wij ons nu in ’t zweet.
Door het eten van die appel, werken wij ons nu te sappel.
Het is daarom dat ik beweer: “Snoep  verstandig , eet een peer!”
(met de groeten van de Heer).

                            Auteur onbekend, aangeleverd door Mieke Hoogenbosch